Deze blogpost is geschreven door: HolyCow
Een stapje terug in de tijd: Paardentrams
Tegenwoordig gebruiken we de paarden in Nederland voor recreatie en sport. Vroeger hadden paarden echter ook hele belangrijke taken als werkdieren. Ze deden het werk van trekkers, van vrachtwagens, en… van bussen en trams!
Vroeger had je Omnibussen en Paardentrams. Een omnibus was een soort extra lange koets waar meerdere mensen in konden, voortgetrokken door paarden.
Een paardentram leek hierop. Echter was kenmerkend aan de paardentrams van vroeger dat deze op een rails reden, vergelijkbaar met de rails die de huidige trams nu hebben. Dit spoor zorgde ervoor dat passagiers comfortabeler konden reizen. Voor de trambedrijven betekende dit dat er minder paarden gebruikt hoefde te worden voor het vervoer van meer mensen: de rails maakten het makkelijker voor de paarden om een zwaardere lading te vervoeren. Meestal was één paard genoeg om de tram voort te trekken. Om deze reden werden eind 19e eeuw paardentrams erg populair in gebruik waarbij deze vaak de omnibus vervingen. Alhoewel stoomtrams toen al wel bestonden, waren ze niet erg goedkoop, stootte veel rook uit, en waren ze gewoon niet handig voor in de stad of kortere afstanden. De paardentram werd daarom vaak gebruikt als alternatief of aanvulling (bij korte zijlijnen) op de stoomtram. In 1905 waren er 46 paardentramlijnen.
Uiteraard moesten de paarden wel fit blijven. Na een of twee ritten met de tram, werden de paarden al vervangen met een vers paard. Voor een enkele tramlijn moest je dus nog steeds redelijk wat paarden op stal hebben.
Op een gegeven moment, in het jaar 1900, was de gemeente Amsterdam eigenaar van 242 tramwagens en 758 paarden, die gebruikt werden op 56 km aan spoor. Uiteraard wilde de gemeente geld besparen, dus werd er gekozen voor elektrische trams. 4 jaar later werd ongeveer de helft van de paarden geveild.
Paardentram in Amsterdam, ca 1890
Rond de Eerste Wereldoorlog was er een schaarste aan zowel het paardenvoer als van de paarden zelf. Dit ging gepaard met de nodige prijsstijgingen. Hierdoor waren de paardentrams vaak niet meer financieel houdbaar. Korte tijd werd geprobeerd om het paard te vervangen met tractoren. Uiteindelijk kwamen er goedkope stadsbussen (en elektrische trams), waardoor ook de paardentrams die de Eerste Wereldoorlog hadden overleefd, werden vervangen. Waar er in 1915 nog 38 paardentramlijnen waren, waren hier in 1920 nog maar 21 van over. In 1922 stopte Amsterdam met de paardentrams. In 1930 werd ook de laatste paardentramlijn, Makkum-Harkezijl, vervangen door een (auto)bus.
Laatste rit van de paardentram in Arnhem. Rechts staat een elektrische tram, die het werk ging overnemen.
Tegenwoordig zijn veel 'paardentrams' vergelijkbaar met Omnibussen, en rijden ze niet op rails. In enkele buitenlandse steden zijn er nog echte paardentrams. Deze worden vooral gebruikt voor toeristen. Daarnaast zijn er soms nog paardentrams-op-rails te vinden in pretparken. Een voorbeeld is Disneyland Parijs. Zij gebruiken met name Percherons.
Paardentram in Disneyland Resort, in Californië (VS). Zij gebruiken niet alleen Percherons, maar ook veel Amerikaans-Belgische trekpaarden, en Clydesdales.
Gebruikte bronnen, lees vooral door voor meer informatie:
https://www.kusee.nl/paardentram/052-links.php
http://www.amsterdamsetrams.nl/paardentram/index.htm
https://nl.wikipedia.org/wiki/Paardentram